Nieuwe opleiding

Vernieuwde opleiding speelt in op stadsontwikkelingpraktijk

De stad verandert voortdurend en daarmee het vak van stads- en gebiedsontwikkeling. Dan is het logisch en vanzelfsprekend dat dé opleiding die in Nederland competente stadsontwikkelaars oplevert hetzelfde doet. Met ingang van de jaargang 2015 beschikt de post-master opleiding Master City Developer (MCD) over een volledig geactualiseerd en aangescherpt onderwijsprogramma. Directeur Geurt van Randeraat is enthousiast over de nieuwe opbouw, die veel keuzevrijheid biedt voor de studenten. ‘Met een verdeling in kern- en verdiepingsmodules kan iedereen een passend programma samenstellen. Onze constante: deze opleiding leert verbinden en stedelijke ontwikkelingsprojecten voor elkaar te krijgen.’

Het ‘merk’ van de opleiding MCD staat inmiddels, ruim tien jaar na de start in 2002, als een huis. Wie zijn of haar stadsontwikkelingkennis wil verbreden en verdiepen – om deze vervolgens direct in de praktijk toe te passen – is hier aan het juiste adres. De formule heeft zich bewezen, zo geeft Van Randeraat aan: ‘Studenten worden losgetrokken uit de dagelijkse praktijk. Steeds worden inspiratie, out of the box-denken en over de grenzen kijken gekoppeld aan een stevige verdieping op de hardcore-kant van het vak: samenwerken, investeren, realiseren. Daarbij lerend van projecten in binnen- en buitenland.’ Uiteindelijk moet de opleiding er namelijk toe leiden dat de realisatiekracht van de studenten wordt vergroot. ‘Meer theoretisch inzicht is altijd mooi, maar de kennis die wij aanreiken is bedoeld om gebiedsprojecten in de praktijk een stap verder te brengen. Keihard ervoor zorgen dat er iets nieuws gemaakt wordt, dat er goede concepten worden bedacht en dat partijen het met elkaar eens worden en stenen gaan stapelen.’

Opbouw in modules

Aangezien de stad en de opgaven die daar spelen voortdurend aan verandering onderhevig zijn, is het goed om het MCD-programma daarop aan te passen. Van Randeraat hierover: ‘Er komen allerlei ontwikkelingen op steden af. Dat vraagt om het adequaat handelen van onze studenten. Ze moeten niet alleen kennis meekrijgen over wat de laatste trends zijn, maar ook hoe zij daar zelf mee om kunnen gaan. Met de nieuwe opbouw van ons studieprogramma spelen we daar nadrukkelijk op in.’ Het MCD-programma kent met ingang van dit studiejaar – in april start de nieuwste lichting – een modulaire opbouw, die de studenten veel keuzevrijheid biedt: ‘

We werken met acht modules, ieder bestaande uit ca. acht collegedagen. De drie kernmodules richten zich op de context van stedelijke ontwikkeling: ontwikkeling van stad en regio, sturing in stedelijke ontwikkeling en als derde strategievorming en conceptontwikkeling. Module drie tot en met zes zijn verdiepend en hebben als focus: investeren en financieren, herontwikkeling organisch en sociaal en publiek en privaat internationaal. Module zeven en acht omvatten het onderzoeks- en scriptietraject. Studenten kunnen hier hun eigen keuzes maken, afhankelijk van hun interesses. Het afronden van alle acht modules blijft noodzakelijk om de MSc mcd titel te behalen. En dat kan nog steeds in twee jaar. Voor instromende HBO’ers die de MSc titel als doel hebben, is er een verplicht Pre-Master programma ontwikkeld. We zullen studenten wel aanmoedigen het gehele programma af te nemen als daar ruimte voor is in hun drukke bestaan. En hoe meer modules iemand afneemt, hoe hoger de korting. Een losse module kost 4.900 Euro, het complete programma 29.500 Euro.’

Nieuwe onderwerpen

Een blik in de opbouw van de modules leert dat het hier inderdaad gaat om de state of the art-thema’s van dit moment (en de komende jaren). Bij de ‘ontwikkeling van stad en regio’ komt bijvoorbeeld het verschil tussen groeiende en krimpende steden aan bod. Concurrentie tussen steden neemt toe, hoe kan de aantrekkingskracht worden vergroot? Rondom ‘sturing in stedelijke ontwikkeling’ spelen trends als co-creatie, coalitievorming en netwerkmanagement.

Bij ‘strategievorming en conceptontwikkeling’ komen zaken als ontwikkelvermogen, macht en kracht en markt aan de orde. Van Randeraat: ‘Met deze kernmodules heeft de student in korte tijd het speel- en krachtenveld van de stad anno 2015 in de greep. Daar bouwen we in de verdiepingsmodules op voort. Met onder meer een grotere aandacht voor de bestaande stad, maar ook voor investeren en financieren. Zonder een gefundeerde businesscase komt er geen project meer van de grond. En we brengen meer buitenlandse ervaringen het programma binnen. Dit jaar onder meer met een studiereis naar New York, een stad waar tal van ontwikkelingen spelen die voor de Nederlandse ontwikkelingspraktijk relevant zijn.’

Vraag naar professionals

Met het vernieuwde onderwijsprogramma staan de studenten midden in de stedelijke ontwikkelingspraktijk van dit moment. Dat komt de voortgang van hun projecten ten goede, maar ook hun eigen persoonlijke ontwikkeling, zo geeft Van Randeraat aan: ‘MCD’ers komen vaak op beslissende posities en de grotere projecten terecht. Ze hebben impact, ook op de organisatie om hen heen. De komende tijd neemt de vraag naar dit soort gekwalificeerde stadsontwikkelaars alleen maar toe.

Een grote groep mensen die de afgelopen tien, twintig jaar bezig is geweest met stedelijke ontwikkeling de komende vijf jaar met pensioen gaat. Zo gaat kennis verloren en ontstaat er een kloof, zowel publiek en privaat. Organisaties moeten daarom juist nu hun mensen een opleiding laten volgen, om de continuïteit te borgen.’ Het besef dat hier iets aan gedaan moet worden komt gelukkig wel op. Zo is het Rijk al aan het opschakelen: ‘EZ, BZK, IenM beginnen allemaal door te krijgen dat de grote vraagstukken van nu gaan over het begrijpen van de stad en de stedelijkheid. Onze opleiding pakt deze vraagstukken nú aan.’

Januari 2015