Seminar 5 april 2007 - Scepsis over meten maatschappelijk rendement
Marien de Langen (directeur Mitros) en Edo Arnoldussen (directeur van het nieuwe Gemeenschappelijke Ontwikkelingsbedrijf van het Rijk) plaatsen forse vraagtekens bij de mate waarin maatschappelijk rendement van corporaties meetbaar is. Ze uitten deze scepsis tijdens het voorjaarsseminar van de MCD op 5 april 2007. Aanleiding vormden de presentaties van onlangs afgestudeerde MCD-ers (Arthur J. Borst, Kay Schellen en Carl M.J.H. Smeets). Daarbij ging het over de nieuwe rollen van gemeenten en woningcorporaties bij gebiedsontwikkeling. Verder werden ondermeer forse vraagtekens geplaatst bij het functioneren van eigenarencollectieven in privaat beheerde woongebieden.
Bij gebiedsontwikkeling kijken marktpartijen vooral naar financieel rendement en woningcorporaties veel meer naar maatschappelijk rendement. Maar dat maatschappelijk rendement is heel moeilijk meetbaar, zo werd gesteld. Dat maakt het erg moeilijk om corporaties op hun resultaten te beoordelen, zeker ook in vergelijking met marktpartijen. Eén van de stellingen tijdens de discussie was dan ook dat het maatschappelijk rendement van de corporatiedoelstellingen transparanter moet worden en daarom wel degelijk meetbaar moet worden gemaakt.
Het riep bij Edo Arnoldussen flinke scepsis op: 'maak maar gewoon prestatie-afspraken, bijvoorbeeld over het aantal woningen dat je gaat realiseren', was zijn advies. Hij is bevreesd voor een gruwelijke hoeveelheid energie en discussie die gaat zitten in het bouwen van meetinstrumenten. Ook Marien de Langen stelde 'dat je hier briljant in kan verdwalen'. Hij stelde dat klanttevredenheid een veel betere maatstaf is om te beoordelen of je het goed doet.
Dat gebiedsontwikkeling nog met veel vallen en opstaan gepaard gaat, bleek ook uit de discussie naar aanleiding van andere stellingen. Zo worstelen veel gemeenten met de vraag welke rol ze moeten oppakken, nu andere partijen steeds vaker de grond in handen hebben. Niet zozeer het bezit van grond is daarbij maatgevend, maar het gaat veeleer om het vooraf bepalen van de juiste grondhouding. Dat gaat over veel meer dan alleen grondbezit. In één van de presentaties werd een model aangereikt waarmee gemeenten die grondhouding kunnen vaststellen.
Ook het private beheer van woongebieden riep de nodige discussie op. Het privé verklaren van openbare ruimte klinkt misschien mooi, maar er zitten erg veel haken en ogen aan. Gesteld werd dat eigenarencollectieven beschouwd moeten worden als een nieuwe onervaren maatschappelijke orde. In juridische zin blijkt er geen blauwdruk te zijn voor grondgebonden privaat beheerde woongebieden. Uit de discussie kwam naar voren dat er wel een enorme uitdaging ligt in het collectieve opdrachtgeverschap bij gebiedsontwikkeling.
Tijdens het seminar werd het boek "Stedelijke gebiedsontwikkeling 2007" ten doop gehouden. In dit bijna 300 pagina's tellende boek zijn zeven hoofdstukken opgenomen van MCD-ers naar aanleiding van hun scriptie. Daaronder ook de hoofdstukken waaruit de eerder vermelde stellingen voortkwamen.
Heeft u interesse in het ontvangen van een exemplaar van de tweede deel uit de MCD-Thesis ga dan verder naar de bestelpagina >>>
