MCD in Antwerpen
Op 12 oktober is de achtste leergang van de MCD naar Antwerpen gegaan om te leren over hoe gebiedsontwikkeling in deze stad tot stand komt. Hiervoor werden wij begeleid door professor Ann Verhetsel, hoogleraar economische geografie en regionale economie van de Universiteit Antwerpen. Zij gaf uitleg over de geschiedenis van de stad, over sociale en economische issues, en over de wijze waarop er door de overheid in ruimtelijke ontwikkeling gestuurd wordt. Na een ochtend van inhoudelijke colleges gaf zij tijdens een regenachtige fietstocht langs enkele belangrijke projecten veel inzicht in de gebiedsontwikkelingspraktijk van de stad.
Na een inleiding door professor Verhetsel kregen wij uitleg over het project Blue Gate. Dit is een gebiedsontwikkeling ten zuiden van de binnenstad in een verouderd en sterk vervuild havengebied aan de Schelde. Het idee is om hier een vitaal, groen en duurzaam bedrijvengebied van te maken waarmee de economische kracht van de stad wordt versterkt. Sectoren die hier aangetrokken moeten worden zijn ‘slimme logistiek’, groene chemie, en spin-off activiteiten van de universiteit. Ook moet er door het gebied een groene corridor gemaakt worden om de leefkwaliteit van de stad te vergroten. 14,5 van de in totaal 110 hectare moet voor deze groene strook gebruikt worden. Het ochtendprogramma werd met een bourgondische lunch afgesloten.
’s Middags is de groep met Ann Verhetsel al fietsend nieuw gerealiseerde gebiedsontwikkelingen in de stad gaan bekijken. Verhetsel benadrukte – in een prachtige Franse volzin – dat de geografie van de stad alleen beklijft als je het zelf kunt ziet, ruikt en voelt. Als Hollanders kregen we wel de Antwerpse mobiliteitsregel STOP mee: in het ruimtelijk beleid geeft men prioriteit aan de Stappers, dan Trappers, vervolgens Openbaar Vervoer en dan pas aan Particulier Vervoer. Deze voorrangsregel geldt overigens in het dagelijkse verkeer niet: fietsers moeten overal voorrang aan geven, wat voor de assertieve fietsers in de groep maar moeilijk te verkroppen was. Overigens: de Antwerpse mobiliteitsregel lijkt erg op duurzaamheidsregels die we kennen uit Vancouver.
De linker Scheldeoever van Antwerpen kent een totaal ander karakter dan de overkant, waar de bekende oude stad gelegen is. De rechteroever is binnen haar ring (de ‘Stadssingel’ genoemd) volledig volgebouwd, en kent eigenlijk alleen het Stadspark als open ruimte. Op de linkeroever is de modernistische CIAM-gedachte zeer duidelijk herkenbaar: veel hoge woonflats in parkachtige omgeving. Zoals in vele van dit soort gebieden, zoals de Amsterdamse Bijlermeer, zijn er nu allerlei initiatieven om meer functiemenging aan te brengen ten behoeve van de levendigheid en sociaal-economische vitaliteit. Voorzieningen in de parken moeten de sociale cohesie in dit deel van Antwerpen vergroten.
De linker oever kent ook een min of meer spontane ontwikkeling van gebiedsontwikkeling voor hogere inkomensgroepen. Rond zeilplas Galgenweel is de laatste decennia een statige villawijk ontstaan. Kinderen krijgen op deze plas zeilles en hun ouders zijn in de naaste omgeving hun woning gaan bouwen. Dit is min of meer op een organische manier gebeurd. Nu worden er plannen gemaakt om aan de andere zijde van de plas een groter gebied voor midden- en hoge inkomensgroepen (een groep die eerder massaal de stad verliet) te ontwikkelen: de wijk Regatta. Een belangrijke randvoorwaarde bij de ontwikkeling van de wijk is dat er geen hoogbouw ontstaat die invloed kan hebben op de windstromen boven de plas.
Veel ontwikkelingen in België incluis die van de gemeente Antwerpen staan bekend om de organische wijze waarop deze tot stand komen. Sommigen noemen het zelfs een chaotische manier, zoals bijvoorbeeld de ongebreidelde hoogbouw langs de Belgische kust. In Antwerpen is deze wijze van ontwikkelen geen bewuste strategie geweest: de stad heeft een arme periode achter de rug en is nog altijd socialistisch van kleur. Er was dus geen geld of politieke wil om actief te sturen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Antwerpen heeft recent wel de regie in stedelijke ontwikkelingen meer naar zich toe weten te trekken. Hiervoor heeft de stad binnen de AG Stadsplanning een groot aantal ingenieurs en projectmanagers in dienst genomen, om zodoende zelf de kennis in huis te hebben om op de kwaliteit van stedelijke ontwikkelingen te kunnen sturen. De Antwerpse Stadsarchitect heeft nu ook een veel grotere invloed op de ruimtelijke kwaliteit in Antwerpen dan voorheen. De gemeente Antwerpen blijkt overigens zelf niet heel kapitaalkrachtig: zij is sterk afhankelijk van projectinitiatieven en –subsidies van derden, zoals de Europese Unie, Belgische en Vlaamse overheid.
Het Centraal Station van Antwerpen is het afgelopen decennium verbouwd door de komst van de HSL. De combinatie van de oude overkapping met de nieuwe perrons voor de ondergrondse railverbindingen is erg indrukwekkend. Voor de ontwikkeling om het station was niet of nauwelijks fysieke en mentale ruimte. De kantoorontwikkelingen die wel plaatsvonden kenden veel maatschappelijke weerstand, omdat men de inpassing van nieuwbouw liever in de historische bouwstructuren had gezien. Hier is een groot contrast is te constateren met Brussel-Midi. Waar in de Europese hoofdstad met grote snelheid oude wijken vervangen worden door nieuwe kantoorwijken, moet in Antwerpen elk nieuwe kantoorpand zwaar bevochten worden. Dit is nu duidelijk zichtbaar rond het Kievitplein, waar enkele glazen kantoorpanden contrasteren naast sjofele pandjes. De nieuwe ontwikkelaars van de nieuwe panden worden vaak als ‘sprinkhanen’ gezien: toevallige voorbijgangers die geen duurzame meerwaarde aan de stad willen leveren, maar snel het rendement van een goede locatie willen souperen.
De dag eindigde bij het prachtige Museum aan de Stroom (MAS), ontworpen door het ‘Hollandse’ bureau Neutelings-Riedijk Architecten. Een fantastische architectuurparel! Interessant is dat het gebouw van 10 uur ’s ochtends tot middernacht vrij toegankelijk is. Buiten de museumruimten heen kan men via roltrappen naar het dak van het gebouw, waar rondom heel Antwerpen en omstreken bekeken kan worden. Het gebouw is door de gemeente gerealiseerd in samenwerking met private partners die, in het omliggende gebied ’t Eilandje, belangen hebben.

