Home » Actueel » Nieuws » Nieuws details 2

Master City Developer nieuws

MCD9: Excursie Eindhoven Strijp-S

MCD9 bezoekt op 13 december 2011 Strijp-S in Eindhoven

Master City Developer leergang 9 (MCD9) bezoekt op 13 december 2011 Strijp-S in Eindhoven. Dit laatste college in het eerste semester gaat over kennislocaties als motor voor de stedelijke economie. Centraal staat het creëren van nieuwe groeisectoren en clusters middels campusontwikkeling

In het eerste semester van de MCD opleiding staan actuele maatschappelijke trends en ontwikkelingen en hun implicaties voor steden centraal. Zij worden vanuit verschillende invalshoeken benaderd, waardoor een breed begrip ontstaat van de ontwikkeling van hedendaagse steden en in hoeverre deze ontwikkeling kan worden gestuurd. De stad vormt immers de context van ieder gebiedsontwikkelingsproject, en het begrijpen van deze context vormt het vertrekpunt voor de visie waarbinnen een project betekenis krijgt.

Dit college wordt verzorgd door Willem van Winden en Marty van de Kundert en wordt voorafgegaan door een lezing van Jacques Hock (directeur speciale projecten bij corporatie Trudo) en een rondleiding door het gebied Strijp-S.

Op Strijp-S staat het kwartiermaken en het aantrekken van stromen centraal. Door 'echte' tijdelijke functies, met evenementen als de Dutch Design Week, en semipermanente functies (5 tot 10 jaar), zoals een skate hal, klim hal, bioscoop of broedplaats, te realiseren blijft het gebied in beweging. Deze functies beogen niet alleen het gebied, maar ook de stad en regio Eindhoven, zo aantrekkelijk te maken dat betrokken partijen hun voorinvesteringen terugverdienen. Enerzijds, worden in de discussie vraagtekens geplaatst bij deze waarde creatie en het risico van free-riders. Anderzijds, wordt gesteld dat in deze tijd onconventionele aanpak nodig is en deze investeringen juist nodig zijn om ontwikkeling op gang te brengen. Waarbij het succes van gebieden in Eindhoven afhankelijk is van het succes van de regio. Wel is onduidelijk in hoeverre deze dynamiek gepland kan worden, of dat slim gebruikt gemaakt kan worden van kansen die zich voordoen. Strijp-S lijkt op twee gedachten te hinken: de ontwikkeling van een creatief cluster en het entameren van gebiedsontwikkeling. Op dit moment lijkt geen segmentatie van creatieve spelers plaats te vinden, waarbij de strategie is alles te verwelkomen en te bezien wat beklijft. Het voornaamste risico is of waarde creatie plaatsvindt, maar anderzijds is ondernemen ook het aangaan van risico. Positief aan de aanpak is in elk geval het organiseren van activiteit en het ingestelde cultuurfonds,

Aansluitend op de analyse van de case Strijp-S gaat Willem van Winden (HvA/UrbanIQ) in op kennislocaties, clusters en gebiedsontwikkeling. Interessant zijn de verschillen tussen succesvolle hoofdsteden en succesvolle kleinere steden. Enerzijds zijn er de aantrekkelijke metropolen zoals Londen, Parijs en tot op zekere hoogte Amsterdam. Anderzijds zijn er succesvolle kleinere steden, zoals Delft, Oxford en Cambridge, die sterk profiteren van hun positie in metropolitane netwerken. Duidelijk is dat universiteitssteden en steden met een goede ontsluiting een voordeel hebben, maar ook zachtere factoren als sociale kwaliteit, tolerantie, diversiteit, functiemenging en interacties spelen een rol. Deze factoren kunnen gevat worden onder de term, 'quality of life', wat wel een diffuse term is. Alle genoemde kenmerken spelen een rol in het aantrekken en behouden van kenniswerkers, wat essentieel is voor het succes van steden in de kenniseconomie. Wel wordt in de discussie de vraag gesteld: past wat wij waarnemen nu beter binnen het denkkader van Saskia Sassen of dat van Richard Florida?

In succesvolle steden zien we vaak clusters van economische activiteit, voorbeelden zijn Silicon Valley (ICT), Oeresund (Medical), New York (Finance), Milaan (Fashion), Bayern (Automotive). Kunnen clusters nu eigenlijk opgezet worden? Kun je middels clusterbeleid clusters vormgeven. In academische en beleidscirkels verschillen de meningen. Uit de discussie blijkt dat je het zeker kunt faciliteren, maar ook dat het erg lastig is om een cluster te beginnen wanneer hier geen basis voor is. Getuige de vele steden die na de opkomst van de IT industrie een IT cluster wilden starten, maar hier niet succesvol in zijn. Een zelfde tendens vindt nu plaats richting het opzetten van Bioscience clusters. In de praktijk blijken de meest spannende, succesvolle kennisclusters spontaan te ontstaan, wel is het de vraag of dit voor grote opgaven mogelijk is. Neem bijvoorbeeld Strijp-S, de volumes zijn zo hoog dat dit niet spontaan kan gebeuren. Een mate van planning zal hier nodig zijn. Daarbij wordt vaak vergeten dat de creatieve industrie niet alleen bestaat uit de kleine starters, maar ook grote partijen, denk bijvoorbeeld aan MTV. Dit past binnen de bredere constatering dat de creatieve en culture groepen erg divers zijn, en niet altijd samengaan. Mocht de ambitie dus zijn een cluster te ontwikkelen dan zijn twee vragen sterk van belang: kun en wil je dit vanuit het stadhuis organiseren? en; wat is precies de doelgroep, kleine starters of gevestigde creatieve bedrijven?

Wat kunnen we leren van bekende voorbeelden? Een klassieke versie van het sciencepark is het 'Cambridge Science Park', de moeder van alle Science Parks. Dit is een heel succesvol sciencepark, waar talent te vinden is. Wel is het een erg klassiek sciencepark, wat weinig in de stad is geïntegreerd. Een actueler voorbeeld is de Digital Hub in Dublin, wat meer paralellen met Strijp-S vertoont. Deze ontwikkeling is gericht op de raakvlakken tussen creatief en IT. Interessant aan de casus is de organisatievorm en de inbedding in de stad. Na het vertrek van MIT is hier gekozen voor een bottum-up benadering. Het project wordt in Ierland gezien als baken van hoop in moeilijke tijden. Daarnaast wordt kennis teruggeploegd in de wijk, waardoor de scholen in achterstandswijk Liberties and Coombe tot de beste van Ierland behoren. Een compleet ander voorbeeld is Biopolis in Singapore, dit project is succesvol maar volkomen top-down gestuurd. Blijkbaar zijn er meer wegen die naar Rome leiden.

Hoe creëer je nu innovatie in een dergelijk gebied? Er is iets paradoxaals aan de gang: enerzijds neemt het belang van afstanden af, maar anderzijds wordt de locatie belangrijker.  Belangrijk in dit kader is het verschil in kennis zoals gesteld door Castells, waarbij impliciete en expliciete kennis andere uitwisselingsmechanismen kennen. Impliciete kennis (tacit knowledge) vindt vooral plaats via face-to-face contact, terwijl expliciete kennis (codified knowledge) via bijvoorbeeld informatie technologie worden uitgewisseld. Wanneer leidt face-to-face contact nu tot kennisuitwisseling? Van de Klundert stelt dat dit plaatsvindt wanneer ‘de trefkans op spontane ontmoetingen tussen min of meer gelijkgestemden’ het hoogst is.  De cognitieve afstand tussen partijen moet niet te groot zijn, want anders begrijpt men elkaar niet. Wel moet er überhaupt een mate van afstand zijn, want volledig gelijkgestemden wisselen weinig kennis uit. In de discussie wordt gevraagd of het reduceren van de afstand kan worden georganiseerd? Interessant is het voorbeeld van de High Tech Campus, daar wordt hier actief op gestuurd. Meer over dit voorbeeld is te vinden in de MCD scriptie van de hand van Marty van de Klundert. In de discussie worden vragen gesteld over het daadwerkelijk plaatsvinden van kennisuitwisseling of alleen het uitspreken van de wens daartoe.

Een interessante vraag uit de discussie is: welke partijen accepteren we wel en welke niet? Wanneer zich een partij aandient die totaal niet past binnen het concept, wordt deze dan toegelaten of niet? Dat is sterk context onafhankelijk: is het concept voor de locatie nog haalbaar? Zijn er afspraken te maken met deze partij? Wat draagt de partij bij? Met welk belang dient de partij zich aan?

Daarnaast is het de vraag wat Eindhoven heeft aan een ontwikkeling als de High Tech Campus. Geconcludeerd kan worden dat de High Tech Campus heeft geleid tot een economische structuurversterking van de stad. Essentieel in deze discussie is dat de ontwikkeling van de High Tech Campus privaat is ingestoken, destijds door Philips. Een dergelijke private trekker, bijvoorbeeld een grote huurder, lijkt essentieel voor dit type ontwikkelingen. Voor Strijp-S zou het acquireren van een grote huurder een tweede impuls kunnen zijn. Een dergelijke speler zou zich met het huidige, ruwe imago moeten identificeren. Dit is niet noodzakelijkerwijs een private partij, maar het kan ook een educatieve instelling zijn (zoals de Design Academy).

 

Een foto-impressie van het bezoek vindt u onderstaand:

Strijp-S juni 2010

Strijp-S december 2011

Nadere informatie:

Colleges op locatie (excursies) maken een vast onderdeel uit van de MCD opleiding. MCD bezoekt met haar studenten projecten in heel Nederland. Voor meer informatie over de MCD opleiding kunt u contact opnemen met het opleidingsbureau.


Publicatiedatum: maandag, 12 december 2011